Gehandicaptenparkeerkaart

Gehandicaptenparkeerkaart

De afgifte van de gehandicaptenparkeerkaart is op grond van artikel 13 van de Wegenverkeerswet geregeld in de artikelen 49 t/m 52 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).  In de meeste gevallen geeft de gemeente de gehandicaptenparkeerkaart af, maar moet daarbij de door de Minister opgelegde regels volgen.

De afgifte wordt nader geregeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. Voordat een kaart wordt afgegeven laat de gemeente de betreffende persoon keuren. Dit onderzoek is verplicht en kan alleen in onderstaande gevallen achterwege worden gelaten:

  1. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en aan de verstrekkende instantie bekend is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;
  2. .aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en de keurende instantie van oordeel is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria
  3. op grond van artikel 49, derde lid, van het BABW een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt in verband met een kortstondig verblijf.

Tevens wordt een geneeskundig onderzoek achterwege gelaten indien een gehandicaptenparkeerkaart is aangevraagd door het bestuur van een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e.

Dit betekent dat de gemeente de afgifte van een kaart niet kan weigeren zonder geneeskundig onderzoek. De gemeente heeft immers te voldoen aan de criteria van de regeling gehandicaptenparkeerkaart. Wanneer de gemeente weet dat de beperking blijvend is, blijft de keuring bij de verlenging achterweg. Gebeurd dit toch dan kunt u bezwaar indienen, zie keuring en gehandicaptenparkeerkaart op deze website.

De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.

Doet u dit toch dan kan de kaart:
Op grond van het bepaalde in artikel 50 van het BABW is het verboden misbruik te laten maken van de GPK. Wanneer misbruik is geconstateerd kan het gezag dat de GPK heeft afgegeven de kaart ongeldig verklaren (art. 53, derde lid, van het BABW). In artikel 54 van het BABW is bepaald dat de GPK dan zo spoedig mogelijk moet worden ingeleverd. Het niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van de ongeldige GPK is een
strafbaar feit (artikel 59 BABW).  Daarnaast kan het de gebruiker van de kaart op een dure bekeuring en inbeslagname van de kaart komen te staan.

N.B. Het gebruik van een kopie van een gehandicaptenkaart is ten alle tijde illegaal en kan tot inbeslagneming van de officiële kaart leiden wegens misbruik.

Nuttige links:

Share